, ,

Nieuw bij RWC Ahoy: Alaistair Carr

Alaistair Carr is sinds dit jaar lid van RWC Ahoy. Afgelopen weekend startte hij in gloednieuw outfit in het Rotterdams Kampioenschap. Een verslag van zijn hand.

“Als een geadopteerde (Britse) Rotterdamer leek het Rotterdams Kampioenschap mij een uitgelezen kans om mijn ‘stripes’ te verdienen (‘ja toch, niet dan?’). Zeker omdat het de eerste mogelijkheid was om een RWC Ahoy pakje aan te trekken! Nadat ik 3 keer in de spiegel had gekeken en besloot dat mijn sokken toch wèl bij het broekje paste, was ik klaar voor de start.

Met een schitterende zon maar een harde wind, begonnen we de strijd om de allerbeste renner van Rotterdam te worden. Het peloton was redelijk klein en dus voorzag ik dat zodra er een kopgroep gevormd zou worden, het niet meer bij elkaar zou komen. Beter goed op letten dus! De eerste paar ronden zat ik relaxed in het peloton en probeerde ik te voelen wat voor verschil de wind maakte. Met een stevige tegen wind bij het lange rechte stuk was dit de beste kans om dingen wat moeilijker te maken.

Na een paar ronden begonnen de eerste aanvallen. Ik deed lekker mee en de benen voelden prima, maar niemand wilde een groepje laten gaan. Na nog een paar pogingen besloot ik om even in het wiel te zitten en te wachten tot er een kopgroep gevormd werd, om vervolgens middels een aanval zelf aan te sluiten. Klonk toen als een goed plan al zeg ik het zelf!

Een groep van 4 reed weg na 10 ronden en had snel een kleine voorsprong. Nu was het alleen een kwestie van het juiste moment zoeken om weg te springen en niet te veel mensen mee te nemen (en mezelf niet te veel pijn te doen natuurlijk). Dit moment kwam 5 ronden later. Ik volgde een soort halve aanval en toen de snelheid hoog was sprintte ik zo hard mogelijk weg. Ik keek snel achter me om de schade te overzien. Maar één iemand mee, opdracht uitgevoerd! Helaas was die ene iemand Ruben Hoogland. We werkten samen voor een rondje en haalde de kopgroep snel in.

De wedstrijd die hierna volgde was eigenlijk niet meer zo spannend tot de laatste ronden. We werkten redelijk goed samen met z’n zevenen en de voorsprong bleef makkelijk behouden. Maar dan de grote de beslissing… Hoe moet ik de finale aanpakken? Aanvallen of wachten op de sprint? Wat een dilemma… Met 5 ronden te gaan dacht ik “aanvallen!” maar deed ik niks, met 4 ronden te gaan dacht ik “aanvallen” maar deed nog steeds niks, met 3 ronden te gaan dacht ik “ik was altijd best goed in sprinten, misschien kan ik het zo winnen”. Nog 2 ronden te gaan en wederom zei een stem in mijn hoofd “aanvallen” maar ik wachtte op de sprint. Met 1 ronde te gaan zat ik op de goede plek en kon ik de overwinning al bijna proeven. Maar helaas, de laatste bocht nam ik veel te slecht en was ik te ver achter om mijn sprint goed te lanceren… Resultaat: een 4e plaats, ‘fucked that one up’.

Ik moet nog wachten om mijn ‘stripes’ te verdienen…”

1 antwoord

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

13 − 12 =